In 2017 groeide 9 procent van de Nederlandse kinderen op bij een alleenstaande ouder, wat in veruit de meeste gevallen (namelijk, 87% van de tijd) de moeder is, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. 77% van de eenoudergezinnen in Nederland leeft op of onder de armoedegrens, en 1 op de 4 mensen in de bijstand is een alleenstaande ouder. Hierdoor hebben eenoudergezinnen de grootste kans op armoede van alle groepen in Nederland. Het armoedepercentage tussen eenoudergezinnen met een vrouw aan het hoofd is dubbel zo hoog als bij mannen. Hier zijn verschillende factoren voor; één ervan is dat vrouwen er gemiddeld een kwart op achteruit gaat in inkomsten na een scheiding, een percentage dat aanzienlijk hoger ligt dat dan van mannen, die slechts 2% van hun inkomsten verliezen na een echtscheiding. Vrouwen werken ook vaker parttime, waardoor slechts de helft van de vrouwen in Nederland voldoende verdient om zelfstandig te kunnen leven.
Voor alleenstaanden geldt dat het vaak erg moeilijk is om aan werk te komen. Vaak worden verschillende opleidingen en trainingen die nodig zijn om gemakkelijker aan werk te komen niet vanuit WPI gefinancierd. Daarnaast vormen kinderopvang en de vaak hoge kosten daarvan een groot knelpunt om naar werk te kunnen gaan.

Bijstand is onvoldoende voor een moeder met kinderen om van te leven, zeker als dat jaren duurt. Daarnaast is er ook sprake van armoede onder de moeders die werken: vaak zijn ze aangewezen op laagbetaald werk waar geen kinderopvang
 van betaald kan worden, waardoor ze parttime moeten werken – tijd en geld om
 een opleiding te volgen om beter werk te kunnen vinden is er niet. Daarnaast klopt ruim driekwart van de mensen die recht hebben op alimentatie kloppen ooit bij het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) aan omdat de alimentatie niet wordt betaald. In acht op de tien gevallen gaat het daarbij om kinderalimentatie, terwijl in verreweg de meeste gevallen de partner wel gewoon geld heeft. Door deze gecompliceerde omstandigheden komen veel alleenstaande moeders in een armoede spiraal terecht waar ze heel moeilijk uit kunnen komen. Deze armoedespiraal heeft ook vaak negatieve psychische consequenties.

Hoewel de arbeidsparticipatie van alleenstaande moeders lager ligt dan de arbeidsparticipatie van moeders met een partner, geldt niet hetzelfde voor arbeidsmotivatie. Van de alleenstaande moeders zonder baan van twaalf uur of meer wil maar liefst 42% dit wel, een percentage dat veel hoger ligt dan bij moeders met een partner. Door tijdgebrek, een gebrek aan opleiding en discriminatie is het voor alleenstaande moeders dus vaak moeilijk een baan te vinden, hoewel zij dit wel graag zouden willen. Voor goedverdienende vrouwen is het vaak een mogelijkheid om een deel van de zorg uit te besteden door middel van bijvoorbeeld kinderopvang of het inhuren van een nanny. Voor vrouwen met werk dat hen slecht betaalt is deze mogelijkheid er meestal niet, waardoor zij afhankelijk raken van informele en onbetaalde netwerken van steun, zoals familie of vrienden. Als deze er niet zijn, moeten zij dus minder gaan werken en verdienen zij nog minder, of moeten zij bijvoorbeeld een flexibele baan aannemen met een 0-uren contract; waardoor er een armoedespiraal ontstaat.

Door sociale isolatie, dure en beperkte kinderopvang en chronisch tijdgebrek is het voor alleenstaande moeders vaak erg moeilijk om uit deze armoedespiraal te komen. Daarnaast zijn sociale en economische instanties vaak niet goed ingericht op de specifieke behoeftes van alleenstaande ouders. Alleenstaande moeders behoren tot de armste doelgroep maar ze zijn zelden zichtbaar: niet in beleid en niet in politieke programma’s.

Naast een lagere participatie op de arbeidsmarkt, hebben alleenstaande moeders ook vaak te maken met sociale problematiek. Isolement en eenzaamheid komen veel voor onder alleenstaande moeders. Uit een onderzoek uit 2017 (CBS) kwam naar voren dat alleenstaande ouders relatief het vaakst sterke gevoelens van eenzaamheid ervaren; veel meer nog dan alleenstaanden zonder kinderen. Daarnaast zorgen discriminatie en stigmatisering voor een grote sociale en financiële ongelijkheid. Alleenstaande moeders hebben relatief vaker een lage opleiding gehad, en hebben relatief vaker een niet-westerse migratieachtergrond dan moeders met een partner. Hierdoor spelen verschillende structurele vormen van onderdrukking ook een rol in de slechte sociale en economische positie van alleenstaande moeders in Nederland.

Bronnen

Hoff, S. & van Hulst, B. (2018). Armoede in kaart. Lees meer >>

Bureau Clara Wichmann (2018). Rapport Arbeidsrechtelijke Positie NUG-vrouwen en Werkende Arme Vrouwen

Distelbrink M. & Ponzoni, E. (2012). Beter samenwerken rond alleenstaande moeders: Een handreiking. Lees meer >>

Ministerie van Justitie en Veiligheid (2018). Evaluatie Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen 2018. Lees meer >>

Pagina. 35 Interview van
de voorzitter Eva Yoo Ri Brussaard

Eervolle vermelding van
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Weterschap

Juryadvies Joke Smit-prijs 2015